ECLI:NL:RVS:2015:624
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens illegale arbeid door vreemdeling in restaurant
De zaak betreft een hoger beroep tegen een boete van €6.000,- opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd nadat een arbeidsinspecteur constateerde dat een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtte in het restaurant van appellant.
Appellant voerde aan dat de vreemdeling slechts als klant aanwezig was en geen arbeid verrichtte. De rechtbank stelde echter vast dat de vreemdeling grote hoeveelheden voedsel aan het bereiden was, het restaurant afsloot met een sleutel en de enige aanwezige was tijdens openingstijden, wat duidt op het verrichten van arbeid.
Verder betoogde appellant dat de boete gematigd moest worden vanwege zijn afwezigheid, medische klachten en financiële situatie. De Raad van State oordeelde dat appellant als werkgever verantwoordelijk blijft en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de overtreding had kunnen voorkomen. Ook ontbraken financiële gegevens ter onderbouwing van het betoog over onevenredige financiële gevolgen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen aanleiding was tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.000,- wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.