ECLI:NL:RVS:2015:612
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake recht op inzage in minuten bij verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het beroep van wederpartijen gegrond verklaarde tegen het weigeren van inzage in minuten die betrokken zijn bij hun verblijfsvergunning asiel.
De minister had het verzoek om inzage in deze minuten afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde het onderzoek uit vanwege prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, die in 2014 werden beantwoord.
Uit het arrest van het Hof volgt dat de juridische analyse in de minuten geen persoonsgegeven is, maar dat de daarin voorkomende persoonsgegevens van de aanvragers wel onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) vallen en recht geven op inzage. De staatssecretaris had niet voldaan aan de verplichting om een volledig en begrijpelijk overzicht van de verwerkte persoonsgegevens te verstrekken.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht het besluit van de staatssecretaris heeft vernietigd en bevestigt de uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betalen van griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak dat de staatssecretaris niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen inzake verstrekking van persoonsgegevens en veroordeelt tot proceskostenvergoeding.