ECLI:NL:RVS:2015:603
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Buitengebied Emmen wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Bij besluit van 30 mei 2013 stelde de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Buitengebied Emmen" vast. Hiertegen werd beroep ingesteld door meerdere partijen, waaronder een groep appellanten en twee besloten vennootschappen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het geschil en stelde bij een tussenuitspraak vast dat het plan gebreken vertoonde, onder meer doordat een bestaande overkapping niet als zodanig was bestemd en een concreet voornemen tot vergroting niet was meegenomen.
De raad werd opgedragen deze gebreken binnen 26 weken te herstellen, wat leidde tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan op 30 oktober 2014. De appellanten brachten geen zienswijzen tegen deze wijziging naar voren, zodat het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond werd verklaard. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit van 30 mei 2013 vernietigd moest worden voor zover het de bestaande overkapping en de plangrens rondom de gronden van de besloten vennootschappen betrof.
De raad werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan beide appellanten. Het geschil betrof met name de toepassing van artikel 3:2 en Pro 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de zorgvuldigheid en motivering van het bestemmingsplan centraal stonden. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en duidelijke motivering bij ruimtelijke plannen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan van 30 mei 2013 is gedeeltelijk vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering; het beroep tegen het gewijzigde besluit van 30 oktober 2014 is ongegrond verklaard.