ECLI:NL:RVS:2015:595
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing intrekking exploitatievergunning horeca-inrichting Den Haag
De burgemeester van Den Haag heeft op 10 februari 2014 een besluit genomen tot sluiting van een horeca-inrichting voor 12 maanden en intrekking van de exploitatievergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant gegrond voor zover het de intrekking van de vergunning betrof en vernietigde het besluit van de burgemeester op dat punt. De burgemeester stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen.
De voorzieningenrechter van de Raad van State overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en dat een inhoudelijke beoordeling in de bodemprocedure moet plaatsvinden. De burgemeester stelde dat hij het vertrouwen in de exploitant had verloren vanwege betrokkenheid bij softdrugshandel, waardoor voortzetting van de exploitatie onwenselijk is. De exploitant gaf aan de exploitatie te willen hervatten en inmiddels als taxichauffeur werkzaam te zijn.
De voorzieningenrechter gaf het belang van de burgemeester, die de openbare orde behartigt, doorslaggevend gewicht en besloot de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover deze de intrekking van de vergunning betrof. Hierdoor blijft de sluiting van de horeca-inrichting gehandhaafd totdat de bodemprocedure is afgerond.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst zodat de sluiting van de horeca-inrichting gehandhaafd blijft tot de bodemprocedure is afgerond.