ECLI:NL:RVS:2015:581
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand ondanks schuldsaneringsregeling
De appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand, welke door de raad op 10 september 2013 werd afgewezen wegens overschrijding van de inkomensgrenzen in het peiljaar 2011. De appellant stelde dat hij op 22 augustus 2013 onder de schuldsaneringsregeling viel, waardoor hij alsnog recht zou hebben op toevoeging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de Wet op de rechtsbijstand bepaalt dat de beoordeling van de financiële draagkracht van de aanvrager plaatsvindt op basis van het inkomen in het peiljaar, het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar van aanvraag. Een aanvraag om peiljaarverlegging kan worden gedaan indien het inkomen in het jaar van aanvraag met ten minste 15% is gedaald, maar hiervoor moet expliciet een verzoek worden ingediend.
In deze zaak had appellant geen verzoek om peiljaarverlegging ingediend, noch was het bezwaar als zodanig aangemerkt. De latere toelating tot de schuldsaneringsregeling in de bezwaarfase leidt niet automatisch tot een andere beoordeling van de aanvraag. De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat de afwijzing terecht was en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand omdat geen peiljaarverlegging was aangevraagd ondanks de latere toelating tot de schuldsaneringsregeling.