ECLI:NL:RVS:2015:566
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing naturalisatieverzoek wegens gedragsrisico voor openbare orde
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees het naturalisatieverzoek van verzoeker af omdat zij binnen de rehabilitatietermijn een strafbaar feit had gepleegd dat kwalificeert als mensenhandel. De rechtbank Amsterdam oordeelde anders en gaf verzoeker alsnog het Nederlanderschap, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende Handleiding een strikte afwijzing voorschrijven indien binnen vier jaar voorafgaand aan het verzoek een straf is opgelegd of ten uitvoer gelegd, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De rechtbank had een uitzondering gemaakt op grond van de bereidheid van verzoeker om haar straf in Nederland te ondergaan.
De Afdeling stelde echter vast dat het tijdsverloop tussen het strafbare feit en de tenuitvoerlegging van de straf aan verzoeker zelf te wijten was, omdat zij bewust naar Nederland reisde in plaats van haar straf in Roemenië te ondergaan. Ook was niet aannemelijk dat nalaten van Nederlandse autoriteiten het tijdsverloop veroorzaakte. Daarom was het oordeel van de rechtbank onjuist en werd het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd vernietigd en het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van haar naturalisatieverzoek werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker tegen de afwijzing van haar naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.