ECLI:NL:RVS:2015:542
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over boete Wet arbeid vreemdelingen wegens ontbreken zelfstandigheid
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 18 juni 2013 een boete van €32.000 op aan appellante wegens het laten verrichten van arbeid door Bulgaarse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en stelde de boete op nihil. De minister stelde hiertegen hoger beroep in, evenals appellante incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellante wel degelijk als werkgever kan worden aangemerkt omdat de vreemdelingen onder gezagsverhouding werkten en niet als zelfstandigen. De rechtbank had ten onrechte de boete gematigd op basis van doorbelasting en zelfstandigheid. Ook was appellante niet aannemelijk gemaakt dat zij alles had gedaan om overtreding te voorkomen. De boete was proportioneel en passend.
Daarom werd het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellante ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €32.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gehandhaafd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.