ECLI:NL:RVS:2015:538
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroepen tegen vaststelling bestemmingsplan Rhijnspoorgebouw Amsterdam
De deelraad van het stadsdeel Oost heeft op 11 maart 2014 het bestemmingsplan Rhijnspoorgebouw vastgesteld, met bouwhoogtes van 33 m en deels 55 m, bedoeld voor een onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam. Appellanten voerden aan dat het plan een postzegelplan is, niet in samenhang met de Amstelcampus is vastgesteld, en dat de bouwhoogtes en het bouwvolume in strijd zijn met het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE).
De raad stelde dat fasering van besluitvorming bij grote projecten gebruikelijk is en dat het woon- en leefklimaat niet onaanvaardbaar wordt aangetast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij planbegrenzing en dat de besluitvorming in fasen binnen redelijkheid valt. De aanpassingen in het SPvE en de bouwhoogtes zijn gegrond en passend.
Verder werden bezwaren over de Hoogbouweffectrapportage (HER), parkeerbehoefte, wind- en bezonningsonderzoeken inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling vond dat de HER en aanvullende onderzoeken voldoende representatief en zorgvuldig waren, dat de parkeerbehoefte adequaat was bepaald en dat bezwaren over bouwhoogte en overlast niet tot vernietiging van het plan leiden.
De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening en dat de beroepen ongegrond zijn. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Rhijnspoorgebouw worden ongegrond verklaard.