ECLI:NL:RVS:2015:520
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college inzake vergunning uitbreiding varkenshouderij wegens onterecht niet-ontvankelijkheid bezwaar
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende een vergunning voor de uitbreiding van een varkenshouderij. Appellant, wonende nabij het perceel, maakte bezwaar tegen deze vergunning, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet als belanghebbende werd gezien.
Appellant stelde dat zijn percelen grenzen aan de varkenshouderij en dat hij geurhinder zal ondervinden, waardoor zijn belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant wel degelijk belanghebbende is, gelet op de nabijheid en de aard van de activiteit.
Het college had het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van State vernietigde daarom het besluit van 27 januari 2014 en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De hoorplicht werd niet inhoudelijk beoordeeld omdat vernietiging reeds aan de orde was.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onjuiste niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar.