ECLI:NL:RVS:2015:518
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2010 en vaststelling op basis van schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan de wederpartij toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 herzien op nihil en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de wederpartij niet alle kosten hoefde aan te tonen, maar dat het voorschot niet op nihil mocht worden gesteld omdat zij aantoonde dat zij meer dan het ontvangen voorschot aan kinderopvangkosten had besteed.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen dit oordeel en voerde aan dat volgens vaste jurisprudentie de wederpartij de volledige kosten van kinderopvang moet aantonen om aanspraak te maken op de toeslag. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het voorschot moet worden vastgesteld op basis van de schriftelijke overeenkomst tussen ouder, gastouderbureau en gastouder, zoals vereist door de Wet kinderopvang, en niet slechts op de daadwerkelijk betaalde kosten.
De Afdeling volgde het standpunt van de Belastingdienst dat de wederpartij op grond van de overeenkomst en de doorgegeven wijzigingen € 10.330,00 aan kosten had gemaakt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit op bezwaar, waarbij het voorschot op basis van deze kosten moet worden vastgesteld. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 wordt vastgesteld op basis van de schriftelijke overeenkomst en de daadwerkelijk gemaakte kosten van € 10.330,00.