ECLI:NL:RVS:2015:513
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onjuiste motivering en begunstigingstermijn in handhavingsprocedure
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen legde aan appellante sub 1 een vijftal lasten onder dwangsom op voor het gebruik en de bouw van bijgebouwen op het perceel [locatie 1]. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover last 3 en 4 betroffen.
Zowel appellante sub 1 als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de lasten op te leggen wegens overtreding van de Wabo en het bestemmingsplan, maar dat de hoogte van de dwangsom voor last 1 niet deugdelijk was gemotiveerd omdat de beleidsregels voor recreatiewoningen niet van toepassing waren. Tevens was de begunstigingstermijn te kort vastgesteld.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 6 mei 2014 en de besluiten van 17 juni en 9 september 2014, stelde de begunstigingstermijn vast op zes weken na uitspraak en droeg het college op een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het besluit van 2 september 2014 werd ongegrond verklaard. Verder werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige motivering bij het opleggen van dwangsommen en het correct toepassen van beleidsregels en begunstigingstermijnen in bestuursrechtelijke handhavingsprocedures.
Uitkomst: De dwangsom en begunstigingstermijn worden vernietigd en het college krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen met een begunstigingstermijn van zes weken na uitspraak.