ECLI:NL:RVS:2015:499
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen kostenverhaal bestuursdwang inzameling huisvuil
Appellante bood op 1 april 2014 een huisvuilzak aan op een dag die niet overeenkomt met de vastgestelde inzameldag voor haar locatie, wat in strijd is met de Afvalstoffenverordening 2010 en het Uitvoeringsbesluit van de gemeente Den Haag. Het college van burgemeester en wethouders paste daarop spoedeisende bestuursdwang toe en legde de kosten (€126,00) hiervan aan appellante door.
Appellante voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de wijziging van de inzameldag van maandag naar vrijdag, omdat zij de mededeling hierover niet had ontvangen. Ook stelde zij dat zij dit voor het eerst deed en dat andere verkeerd aangeboden huisvuilzakken niet werden verwijderd. Het college stelde dat de wijziging bekend was gemaakt via huisvuilkalenders en niet op naam gestelde brieven die naar bewoners waren gestuurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante zich door het raadplegen van de huisvuilkalender op de hoogte had kunnen stellen van de wijziging en dat het enkele feit dat zij de brief niet had ontvangen onvoldoende is om haar verwijt te ontzeggen. Verder was het college gerechtigd om kosten te verhalen op degene die de overtreding beging. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van bestuursdwang wegens verkeerd aanbieden van huisvuil wordt ongegrond verklaard.