ECLI:NL:RVS:2015:482
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Steenenkamer voor bedrijfsvestiging gronden appellant
De raad van de gemeente Voorst stelde op 12 maart 2014 het bestemmingsplan "Steenenkamer" vast. Appellant sub 1 en appellant sub 2 maakten hiertegen beroep. Appellant sub 1 betoogde dat de bestemming "bedrijf" onterecht was toegekend aan zijn gronden, omdat deze niet binnen de planperiode van tien jaar zou worden gerealiseerd en uitsluitend was toegekend om planschade te vermijden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de bestemming "bedrijf" binnen de planperiode zou worden verwezenlijkt, waardoor het besluit in strijd is met artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het beroep van appellant sub 1 werd daarom gegrond verklaard.
Appellant sub 2 maakte bezwaar tegen de bestemming "Agrarisch - 2" van zijn gronden, stellende dat deze beperkter was dan het vorige plan en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De Afdeling oordeelde dat de raad de bestemming op redelijke gronden had vastgesteld, met het oog op het behoud van openheid en het tegengaan van verrommeling. De verschillen met andere gronden werden voldoende gemotiveerd en appellant sub 2 had geen concrete plannen of aanwijzingen voor bebouwing kunnen aantonen. Het beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard.
De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1 en tot terugbetaling van griffierecht. Tevens werd de raad opgedragen het vernietigde onderdeel binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor de bestemming 'bedrijf' op de gronden van appellant sub 1; het beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard.