ECLI:NL:RVS:2015:446
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J. Kramer
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling reactieve aanwijzing tegen te ruime detailhandelsbestemming Rotterdamsebaan
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland gaf een reactieve aanwijzing aan de raad van Den Haag om delen van het bestemmingsplan Rotterdamsebaan, die te ruime mogelijkheden voor perifere detailhandel boden, buiten werking te stellen. Deze aanwijzing betrof gedeeltelijke schrapping van onderdelen van artikel 1.96 en artikel 5, lid 5.4, onder e, van de planregels, omdat deze in strijd zouden zijn met artikel 9 van Pro de Verordening Ruimte.
Appellanten, waaronder Koninklijke BAM Groep N.V., het gemeentebestuur, Dyckerhoff Basal Betonmortel B.V. en BEO Vastgoed Warmond B.V., voerden diverse bezwaren aan, onder meer over de motivering, het provinciaal belang, de bekendmaking en de gevolgen voor bestaande detailhandelsvestigingen. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste terughoudend of het college in redelijkheid de noodzaak van de aanwijzing kon aannemen en of het besluit rechtmatig was voorbereid en genomen.
De Afdeling oordeelde dat de reactieve aanwijzing terecht was gegeven ter bescherming van provinciale belangen bij een goede ruimtelijke ordening en dat de aanwijzing in overeenstemming was met artikel 3.8, zesde lid, van de Wro. De bezwaren over de bekendmaking en het feit dat bestaande detailhandel deels niet langer was bestemd, werden verworpen, mede omdat bestaande legale functies onder overgangsrecht kunnen worden voortgezet en een maatbestemming mogelijk is.
De Afdeling concludeerde dat het college de belangen van betrokken partijen voldoende had meegewogen en dat het belang bij strikte handhaving van de Verordening Ruimte opwoog tegen de belangen bij behoud van bouw- en gebruiksrechten. De beroepen werden ongegrond verklaard en de reactieve aanwijzing bleef in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de reactieve aanwijzing zijn ongegrond verklaard en de aanwijzing blijft in stand.