ECLI:NL:RVS:2015:434
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens duurzame relatie met burger van de Unie
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel vaardigde op 19 juli 2012 een inreisverbod uit tegen de vreemdeling. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond, waarna de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij juridisch vader is van een kind uit zijn relatie met een burger van de Unie, waardoor hij als partner onder het gemeenschapsrecht valt en geen inreisverbod kan krijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap door de rechtbank Rotterdam voldoende bewijs levert van een duurzame relatie, ook zonder dat de geboorteakte al was aangepast. Hierdoor kwalificeert de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000, en mocht het inreisverbod niet worden uitgevaardigd.
De Afdeling vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het niet verband hield met het inreisverbod, en legde de staatssecretaris op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling wordt vernietigd wegens aantoonbare duurzame relatie met een burger van de Unie.