ECLI:NL:RVS:2015:413
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Somalië
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld op 7 november 2014, nadat een eerdere maatregel van 10 oktober 2014 was opgeheven wegens ontbrekend zicht op uitzetting naar Somalië. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen de hernieuwde bewaring ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De vreemdeling stelde dat er geen gewijzigde omstandigheden waren die de hernieuwde bewaring rechtvaardigden.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat hoewel de eerdere bewaring onrechtmatig was, de staatssecretaris bij de hernieuwde inbewaringstelling gebeurtenissen na 7 oktober 2014 mocht betrekken. De toezegging van 22 oktober 2014 door Somalische autoriteiten om beperkte uitzettingen toe te staan, en de daadwerkelijke uitzettingen in november en december 2014, vormden een gewijzigde omstandigheid die zicht op uitzetting binnen redelijke termijn rechtvaardigde.
De vreemdeling voerde aan dat de afspraken onvoldoende concreet waren en niet voor de toekomst golden, maar de Afdeling oordeelde dat de mondelinge toezegging en de uitgevoerde uitzettingen voldoende waren om het zicht op uitzetting aannemelijk te maken. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af.