ECLI:NL:RVS:2015:409

Raad van State

Datum uitspraak
4 februari 2015
Publicatiedatum
11 februari 2015
Zaaknummer
201409306/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • A.B.M. Hent
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep vreemdeling tegen bewaring

De vreemdeling werd bij besluit van 7 november 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde, de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Vervolgens heeft de Afdeling het besluit van 7 november 2014 getoetst aan de beroepsgronden die in eerste aanleg waren aangevoerd.

De vreemdeling voerde aan dat de bewaring onzorgvuldig was omdat hij laat op de avond werd geplaatst en vanwege psychische problemen. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende had toegelicht waarom deze problemen de bewaring in de weg stonden en dat er geen aannemelijke reden was om de bewaring te weigeren. Daarom werd het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft in stand zonder toekenning van schadevergoeding.

Uitspraak

201409306/1/V3.
Datum uitspraak: 4 februari 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 november 2014 in zaak nr. 14/25353 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 7 november 2014 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. Dit besluit is aangehecht.
Bij uitspraak van 19 november 2014 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.
De vreemdeling heeft een verweerschrift ingediend.
De staatssecretaris heeft desgevraagd nadere stukken ingediend waarop de vreemdeling desgevraagd heeft gereageerd.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag heeft de Afdeling bij uitspraak van 3 februari 2015 in zaak nr. 201409344/1/V3 beantwoord. Uit de overwegingen 2.2. en 2.5. van die uitspraak volgt dat de grief slaagt.
2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 7 november 2014 toetsen in het licht van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden, voor zover daarop nog moet worden beslist.
3. De vreemdeling heeft in beroep betoogd dat de staatssecretaris niet zorgvuldig heeft gehandeld, omdat hij pas laat op de avond in bewaring is gesteld en geen rekening is gehouden met zijn psychische problemen.
Dit betoog faalt reeds nu de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de door hem gestelde psychische problemen eraan in de weg stonden dat hij om 22:20 uur in bewaring werd gesteld. Evenmin heeft de vreemdeling aannemelijk gemaakt dat hij wegens deze psychische problemen niet in bewaring kon worden gesteld.
4. Het beroep van de vreemdeling dient alsnog ongegrond te worden verklaard. Er is geen grond voor schadevergoeding.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 november 2014 in zaak nr. 14/25353;
III. verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond;
IV. wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. den Dulk, griffier.
w.g. Hent w.g. Den Dulk
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2015
565-644.