ECLI:NL:RVS:2015:4031
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ernstige bodemverontreiniging wegens onvoldoende motivering
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde bij besluit van 21 mei 2015 vast dat op een locatie te De Rips sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging met koper en lood, waarbij spoedige sanering niet noodzakelijk werd geacht. Dit besluit was gebaseerd op een rapport van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) uit februari 2014, waarin een bodemvolume van circa 45 m3 met overschrijding van interventiewaarden werd vastgesteld.
De appellant betoogde dat een recenter rapport van bureau Milon uit juli 2014 een kleiner verontreinigd bodemvolume van circa 22,5 m3 vaststelde, wat volgens hem onvoldoende was voor de kwalificatie als ernstige verontreiniging. Het college had dit rapport niet inhoudelijk beoordeeld en voldeed daardoor niet aan de motiveringsplicht.
De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had toegelicht waarom het oudere rapport leidend was, terwijl het zelf aangaf rekening te houden met de mogelijkheid dat het recentere rapport juist was. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en werd het vernietigd. Het college werd tevens verplicht het betaalde griffierecht aan de appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college van gedeputeerde staten wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.