ECLI:NL:RVS:2015:402
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van bestuursrechtelijke uitspraak na ontbinding rechtspersoon
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak van 9 juli 2014, waarin het hoger beroep van verzoekster niet-ontvankelijk was verklaard wegens het vervallen van haar procesbelang na ontbinding.
Verzoekster stelde dat zij niet was opgehouden te bestaan omdat zij nog baten had en dat zij daarom als procespartij kon optreden. Tevens werd verzocht om heropening van de vereffening. Het belang van verschillende belanghebbenden werd onderbouwd met eigendomsrechten en contractuele overdrachten.
De Raad van State overwoog dat het herzieningsverzoek niet diende om een eerder beslecht geschil te heropenen en dat nieuwe feiten die na de uitspraak zijn ontstaan, niet tot herziening kunnen leiden. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat de rechtspersoon na ontbinding geen procesbelang meer heeft en nieuwe feiten niet tot herziening kunnen leiden.