ECLI:NL:RVS:2015:4011
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd vanwege herhaalde veroordelingen. De vreemdeling, die sinds 1990 in Nederland verblijft en een dochter heeft met wie hij een omgangsregeling heeft, stelde dat dit besluit inbreuk maakt op zijn recht op familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank Den Haag oordeelde dat het inreisverbod en de intrekking van de vergunning een disproportionele inbreuk vormden en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, stellende dat de rechtbank onvoldoende terughoudend had getoetst en dat een fair balance was gewaarborgd gezien de ernst van de delicten en het recidivegevaar.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte haar eigen belangenafweging had gemaakt en onvoldoende rekening had gehouden met de motivering van de staatssecretaris, waaronder het rapport van de reclassering dat een niet geheel verdwenen recidivegevaar aangaf. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard en het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond.