ECLI:NL:RVS:2015:4008
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen verblijfsvergunning asiel na vernietiging besluit
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 15 juli 2015 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 4 september 2015 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit niet in stand had gelaten, mede gelet op brieven en rapporten van buitenlandse autoriteiten en eerdere uitspraken van de Afdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover dit de rechtsgevolgen niet in stand liet, en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit van 15 juli 2015 volledig in stand blijven. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €490,00 aan de vreemdeling voor de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel blijven volledig in stand.