ECLI:NL:RVS:2015:3992
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning nieuwvestiging veehouderij nabij Natura 2000-gebied
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 4 juni 2012 een vergunning aan een vergunninghoudster voor de nieuwvestiging van een melkrundvee- en pluimveehouderij nabij een Natura 2000-gebied. De vereniging Eigen Woningbezit Leerdam (EWL) stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 16 november 2015.
EWL werd door het college en vergunninghoudster betwist als belanghebbende, omdat zij zich niet op het beschermen van natuur en landschap richt en geen feitelijke werkzaamheden verricht die haar statutaire doelstellingen ondersteunen. De Raad oordeelde echter dat EWL als belangenbundeling van bewoners van de gemeente Leerdam wel degelijk belanghebbende is, omdat zij individuele belangen bundelt die door het besluit worden geraakt.
EWL voerde aan dat de vergunning onrechtmatig was vanwege mogelijke verslechtering van het Natura 2000-gebied en toename van stikstofdepositie. De Raad stelde dat het algemene belang van natuurbescherming niet overeenkomt met het belang van EWL, dat zich richt op de directe leefomgeving van bewoners. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minstens 4,5 km afstand, waardoor geen duidelijke verwevenheid van belangen bestaat. Hierdoor konden de beroepsgronden niet worden gehonoreerd.
Daarnaast stelde EWL dat de kennisgeving van het ontwerpbesluit niet correct was gepubliceerd, maar de Raad zag hiervan af omdat de materiële gronden niet tot vernietiging konden leiden. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vereniging Eigen Woningbezit Leerdam tegen de vergunning voor de nieuwvestiging van de veehouderij is ongegrond verklaard.