ECLI:NL:RVS:2015:3977
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ambtshalve wijziging woonadres in 'onbekend' wegens onvoldoende onderzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wijzigde het woonadres van appellant per 5 september 2013 ambtshalve in 'onbekend'. Appellant maakte bezwaar tegen deze wijziging, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. Appellant stelde dat het college geen gedegen onderzoek had verricht en dat hij niet volkomen onbereikbaar was, zoals vereist voor een wijziging naar 'onbekend'.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het doel van de Wet basisregistratie personen (Wet brp) is dat de gegevens in de basisregistratie personen betrouwbaar en duidelijk zijn. Uit het onderzoek van het college bleek dat appellant niet op het ingeschreven adres woonde, maar op een ander adres in Amsterdam. Huisbezoeken en buurtonderzoeken ondersteunden dit standpunt. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij wel op het ingeschreven adres woonde.
Echter oordeelde de Afdeling dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht, omdat het woonadres van appellant op het moment van wijziging in 'onbekend' niet strookte met het standpunt dat hij in Amsterdam woonde. Bovendien was artikel 2.21, tweede lid, Wet brp onjuist toegepast, aangezien appellant niet naar verwachting langdurig buiten Nederland verbleef. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en bepaald dat tegen een nieuw besluit slechts beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot ambtshalve wijziging van het woonadres in 'onbekend' wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en onjuiste toepassing van de Wet brp.