ECLI:NL:RVS:2015:3968
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluiten Wav wegens onjuiste boetenorm en matiging boetes
De minister legde aan appellant A en appellant B elk een boete van €168.000 op wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de appellanten gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat Nederland ten onrechte de tewerkstellingsvergunningplicht voor Roemeense vreemdelingen had voortgezet, maar dat de boetes terecht waren opgelegd omdat sprake was van het ter beschikking stellen van arbeidskrachten. De verklaringen en overeenkomsten wezen erop dat de vreemdelingen onder toezicht en leiding van appellant A werkten en dat appellant B alleen arbeidskrachten leverde.
De Afdeling vond echter dat de minister onredelijk was geweest door het boetenormbedrag niet te differentiëren en paste daarom het lagere boetenormbedrag van €8.000 per overtreding toe, waardoor de boetes werden vastgesteld op €112.000 per appellant. De eerdere uitspraken en besluiten werden vernietigd en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boetes worden vernietigd en opnieuw vastgesteld op €112.000 per appellant wegens onjuiste boetenorm en voldoende toezicht.