ECLI:NL:RVS:2015:3967
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek tegen verkeersboete
Appellant stelde administratief beroep in tegen een verkeersboete en verzocht tegelijkertijd op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om toezending van een zaakoverzicht. Dit verzoek werd door zijn gemachtigde ingediend in een faxbericht dat tevens het administratief beroep bevatte. De minister wees het verzoek uiteindelijk toe, maar appellant startte een procedure wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat het Wob-verzoek niet was bedoeld om openbaarmaking te bewerkstelligen, maar om appellant zelf in staat te stellen de verkeersboete aan te vechten.
De gemachtigde van appellant beschikte over ruime kennis van bestuursrecht en had bewust gekozen voor een Wob-verzoek, ondanks dat er specifieke bepalingen zijn die het opvragen van stukken in bezwaar- en beroepsprocedures regelen. De Afdeling oordeelde dat het verzoek en het procesgedrag van de gemachtigde waren gericht op het incasseren van dwangsommen en proceskosten ten laste van de overheid.
Dit werd aangemerkt als misbruik van recht, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.