ECLI:NL:RVS:2015:3950
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Arbeidstijdenwet ondanks beroep op zorgvuldigheidsbeginsel en matiging
De minister legde de vennootschap een boete op wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, gebaseerd op inspectierapporten en gebruik van het softwareprogramma DIANTA. De rechtbank matigde de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn en stelde de boete vast op €72.300. De vennootschap stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde meerdere beroepsgronden aan.
De vennootschap betoogde dat het gebruik van DIANTA in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat niet alle gegevens automatisch werden ingelezen, dat de Inspectie Verkeer en Waterstaat buiten haar bevoegdheid trad door inzage in GPS-gegevens te vorderen, dat de boete onterecht was opgelegd en dat haar financiële situatie matiging rechtvaardigde. De Raad van State verwierp deze bezwaren omdat de minister aannemelijk had gemaakt dat de gegevens correct waren uitgelezen, inzage in GPS-gegevens redelijkerwijs nodig was voor toezicht, de boete conform beleidsregels was vastgesteld en de financiële gegevens geen reden tot matiging boden.
Ook het beroep op overschrijding van de redelijke termijn faalde omdat de totale procedure binnen de wettelijke termijn was afgerond, rekening houdend met vertraging door de vennootschap zelf. De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 december 2015, waarbij de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 22 mei 2015 werd bekrachtigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €72.300 en wijst het hoger beroep van de vennootschap af.