ECLI:NL:RVS:2015:3935
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 26 maart 2014 legde de minister een boete van €12.000 op aan [appellante] wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] gegrond en vernietigde het besluit van 15 augustus 2014 dat het bezwaar ongegrond verklaarde, maar liet de rechtsgevolgen van het boetebesluit in stand. [Appellante] stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de minister de boete terecht had opgelegd, gezien het ontbreken van voldoende inspanningen van [appellante] om de arbeidsstatus van de vreemdeling te controleren. Wel werd het boetenormbedrag aangepast van €12.000 naar €8.000, conform een gewijzigde beleidsregel. De Afdeling herroept het eerdere besluit en stelt de boete vast op €8.000. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €8.000 en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.