ECLI:NL:RVS:2015:3925
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ligplaatsverbod in provinciale vaarwegen ter bevordering veiligheid en doorvaart
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland nam op 29 maart 2013 een verkeersbesluit dat een algemeen ligplaatsverbod instelde in vaarwegtraject 4, met uitzondering van aangewezen openbare ligplaatsvakken. Dit besluit verving een eerder besluit uit 2008 en werd gehandhaafd in besluiten van 5 juni 2014, ondanks bezwaren van aanwonenden die hun ligplaatsrechten bedreigd zagen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de aanwonenden gegrond en vernietigde de besluiten van het college, maar het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college in redelijkheid het algemene belang van een veilige en vlotte doorvaart boven het individuele belang van aanwonenden mocht stellen.
De Afdeling stelde vast dat het college het ligplaatsenbeleid zorgvuldig had gemotiveerd en dat het ontbreken van een overgangsregeling en het niet ingaan op individuele maatwerkvoorstellen niet onredelijk was. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de beleidsvrijheid van het college en de belangenafweging die het had gemaakt.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de besluiten van het college ongegrond. Tevens werd het besluit van 14 april 2015 vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het ligplaatsverbod in provinciale vaarwegen wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.