ECLI:NL:RVS:2015:3892
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag taxichauffeur na veroordeling voor belaging en gedragsaanwijzing
De staatssecretaris weigerde op 6 mei 2014 de aanvraag van appellant voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor de functie van taxichauffeur vanwege een veroordeling op 24 april 2014 tot gevangenisstraf, werkstraf en schadevergoeding wegens belaging en het opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het standpunt van de staatssecretaris onderschreef dat herhaling van de strafbare feiten een risico voor de samenleving vormt en dat zijn belang bij afgifte van de VOG zwaarder zou moeten wegen. Hij voerde aan dat de feiten in de privésfeer plaatsvonden, geen reëel recidivegevaar bestaat en dat het ambtelijk bevel niet vergelijkbaar is met de ambtelijke bevelen die een taxichauffeur ontvangt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het objectieve criterium van de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013 geen onderscheid maakt naar privé- of werkingssfeer en dat het niet opvolgen van een ambtelijk bevel ondermijnend gedrag jegens openbaar gezag betreft, vergelijkbaar met ambtelijke bevelen voor taxichauffeurs. De staatssecretaris mocht het risico voor de samenleving zwaarder laten wegen dan het belang van appellant, mede gelet op de aard en ernst van de feiten en het korte tijdsverloop sinds de veroordeling.
De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van de beleidsregels en bevestigde de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag wegens risico voor de samenleving na recente veroordeling.