ECLI:NL:RVS:2015:3877
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake omwisseling buitenlands rijbewijs
De appellant heeft op 2 juni 2014 een aanvraag ingediend voor afgifte van een Nederlands rijbewijs door omwisseling van zijn Spaanse rijbewijs. De RDW heeft deze aanvraag bij besluit van 24 juni 2014 toegewezen. De appellant maakte bezwaar tegen het niet tijdig verstrekken van het rijbewijs, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit al genomen was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het bezwaar als een ingebrekestelling werd aangemerkt die niet tijdig was ingediend. De appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank zijn brief ten onrechte als ingebrekestelling had aangemerkt en dat dit als een beroep wegens niet-tijdig beslissen had moeten worden behandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek van appellant moet worden gezien als een verzoek tot het verrichten van een feitelijke handeling en dat de reactie van de RDW daarop geen besluit in de zin van de Awb was. De rechtbank had dit niet onderkend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en rechtbank onbevoegd verklaard.