ECLI:NL:RVS:2015:3861
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A. Hammerstein
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huurtoeslag 2010 wegens niet buiten beschouwing laten lijfrente-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de herziening van zijn huurtoeslag over 2010 door de Belastingdienst/Toeslagen. De toeslag werd vastgesteld op nihil en een bedrag van €3.238,00 werd teruggevorderd, omdat de uitgekeerde lijfrente-uitkering het verzamelinkomen verhoogde boven het norminkomen voor huurtoeslag.
Appellant betoogde dat de lijfrente-uitkering buiten beschouwing had moeten blijven, omdat het een koopsompolis betrof en dat deze gelijkgesteld moest worden met afkoopsommen van ouderdomspensioen die volgens het Besluit op de huurtoeslag (Bht) buiten beschouwing kunnen blijven. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling oordeelt dat periodieke lijfrente-uitkeringen, ongeacht of deze voortkomen uit een koopsompolis of een polis met periodieke premiebetaling, niet buiten beschouwing mogen worden gelaten op grond van artikel 2b van het Bht. Tevens wordt geoordeeld dat de uitgekeerde lijfrente niet gelijkgesteld kan worden met afkoopsommen van ouderdomspensioen, omdat het hier gaat om een overeenkomst met een verzekeraar en niet om afkoop van een kleine pensioenaanspraak.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de huurtoeslag wordt bevestigd.