ECLI:NL:RVS:2015:3812
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring vertrouwensfunctie op Schiphol vanwege eerdere veroordeling
De minister van Binnenlandse Zaken weigerde op 22 april 2014 aan appellant een verklaring te verstrekken voor een vertrouwensfunctie op de Nederlandse burgerluchthaven Schiphol, vanwege een eerdere veroordeling tot een werkstraf voor valse aangifte en verduistering. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering, waarbij hij aanvoerde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met zijn persoonlijke situatie en dat de weigering disproportioneel was.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak en overwoog dat de minister terecht had meegewogen dat appellant meerderjarig was ten tijde van de feiten, dat de gepleegde verduistering een zwaarwegende grond is voor weigering en dat het verlies van werk inherent is aan het systeem van de Wet veiligheidsonderzoeken.
De Afdeling concludeerde dat de minister voldoende waarborgen had dat appellant de plichten van de vertrouwensfunctie niet getrouwelijk zou vervullen en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring voor de vertrouwensfunctie bevestigd.