ECLI:NL:RVS:2015:380
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijdering illegale pergola-achtige constructie op balkon
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde appellant een dwangsom op om een pergola-achtige constructie op het balkon van zijn woning te verwijderen, omdat deze zonder omgevingsvergunning was geplaatst. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het handhavingsbesluit, stellende dat de constructie als tuinmeubilair omgevingsvergunningsvrij zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de constructie, bestaande uit verticale en horizontale steigerbuizen, niet op de grond was geplaatst en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden voor omgevingsvergunningsvrij tuinmeubilair zoals bedoeld in het Besluit omgevingsrecht.
Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen, omdat het college voor een vergelijkbare houten pergola op een ander perceel wel een omgevingsvergunning had verleend. De Afdeling concludeerde dat het college terecht handhavend heeft opgetreden en bevestigde het bestreden vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot verwijdering van de illegale pergola-achtige constructie en verklaart het hoger beroep ongegrond.