ECLI:NL:RVS:2015:3783
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid beroep wegens vermeend misbruik van recht en dwangsom Wob-verzoek
Appellant heeft een Wob-verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp, dat deels is toegewezen. Appellant maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar en stelde dat het college een dwangsom verschuldigd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de ingebrekestellingen van appellant te vroeg waren en het college binnen de wettelijke beslistermijn handelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank buiten de grenzen van het geding was getreden door te oordelen dat een e-mail van het college een mededeling was als bedoeld in artikel 7:13, tweede lid, Awb, en dat het college geen dwangsom verschuldigd was. De Afdeling oordeelde dat het college geen misbruik van recht had gemaakt en dat de termijn voor het nemen van een beslissing zes weken bedroeg, omdat geen mededeling was gedaan dat een commissie over het bezwaar zou adviseren.
De Afdeling stelde vast dat de fax van 23 augustus 2013 geen geldige ingebrekestelling was omdat appellant zich niet expliciet op het standpunt stelde dat het college niet tijdig had beslist. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, met een nadere motivering over de termijn en de beoordeling van de ingebrekestelling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.