ECLI:NL:RVS:2015:3781
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking horecaverlof wegens ernstig gevaar op strafbare feiten
De burgemeester heeft op 18 juli 2013 het horecaverlof van appellant A ingetrokken wegens ernstig gevaar dat het verlof mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Dit besluit is gebaseerd op een Bibob-advies waarin onder meer de betrokkenheid van appellant B bij strafbare feiten, waaronder Opiumwet- en geweldsdelicten, wordt vermeld. Appellant A en B hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit, dat door de burgemeester ongegrond werd verklaard.
De rechtbank heeft het bezwaarbesluit vernietigd wegens gebrekkige motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het verlof redelijk was vanwege het zakelijk samenwerkingsverband tussen appellant A en B en de strafbare feiten die appellant B heeft gepleegd of vermoedelijk heeft gepleegd.
In hoger beroep betogen appellanten dat de rechtbank onterecht het Bibob-advies als feitelijke basis heeft gebruikt en dat eerdere veroordelingen niet als zelfstandige grondslag mogen dienen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het bestuursorgaan terecht van het Bibob-advies mocht uitgaan, mits dit zorgvuldig tot stand is gekomen, en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens is overwogen dat de intrekking van het verlof een gerechtvaardigde inmenging is in het eigendomsrecht en privacy, gezien het algemeen belang van openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot intrekking van het horecaverlof, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het horecaverlof wordt bevestigd.