ECLI:NL:RVS:2015:3754
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking informatie over belaging
De korpschef heeft op 2 juli 2014 een verzoek van appellant tot openbaarmaking van documenten betreffende een gestelde belaging afgewezen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de gevraagde documenten sinds 5 september 2013 onderdeel uitmaken van een strafdossier dat aan de strafrechter is voorgelegd. Hierdoor is de Wet openbaarheid van bestuur niet van toepassing, omdat artikel 30 van Pro het Wetboek van Strafvordering een bijzondere en uitputtende regeling bevat voor openbaarmaking van strafdossierstukken.
Appellant stelde dat er nog documenten bestonden die geen deel uitmaken van het strafdossier en daarom op grond van de Wob openbaar gemaakt moesten worden. De korpschef verklaarde echter na onderzoek dat dergelijke documenten niet onder zijn beheer berusten. De Afdeling vond deze verklaring aannemelijk en verwierp het betoog van appellant.
Verder oordeelde de Afdeling dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6 EVRM Pro, omdat het besluit niet binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot openbaarmaking bevestigd.