ECLI:NL:RVS:2015:3751
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluiten herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2010-2011
De Belastingdienst/Toeslagen heeft in 2013 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 herzien en vastgesteld op nihil, omdat de overeenkomsten tussen appellant als houder van het kindercentrum en zichzelf als ouder niet rechtsgeldig zouden zijn. De rechtbank vernietigde de besluiten op bezwaar wegens procesrechtelijke motiveringswijziging, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand omdat geen rechtsgeldige overeenkomst bestond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de motiveringswijziging had toegestaan en dat de kinderopvang wel degelijk had plaatsgevonden op basis van rechtsgeldige overeenkomsten, medeondertekend door zijn partner. De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst de motivering mocht aanvullen en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad zich hierover uit te laten.
De Raad bevestigde dat een houder van een kindercentrum niet met zichzelf als ouder een rechtsgeldige overeenkomst kan sluiten en dat de later overgelegde overeenkomsten onvoldoende aannemelijk maken dat deze daadwerkelijk ten grondslag lagen aan de kinderopvang. Ook was niet vastgesteld dat kosten van kinderopvang daadwerkelijk zijn gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.