ECLI:NL:RVS:2015:372
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens planologisch strijdig gebruik kinderspeelparadijs
Het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland legde het Fries Congrescentrum Drachten (FCD) een preventieve last onder dwangsom op omdat het perceel Oprijlaan 1-5 te Drachten in februari 2013 werd gebruikt voor een kinderspeelparadijs zonder de vereiste omgevingsvergunning. FCD stelde dat het kinderspeelparadijs binnen het bestemmingsplan viel en dat het college ten onrechte een vergunning eiste.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het bestemmingsplan het gebruik van het perceel beperkt tot activiteiten met een zakelijk of besloten karakter, zoals congressen en personeelsfeesten. Het kinderspeelparadijs was openbaar en had geen zakelijk karakter, waardoor het niet onder de toegestane activiteiten viel. Ook de aanwezigheid van speurtochten en spelletjes met paarden maakte dit niet anders.
Verder kon FCD geen beroep doen op gerechtvaardigd vertrouwen omdat het college niet ondubbelzinnig had toegezegd dat geen vergunning nodig was. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de last onder dwangsom had opgelegd en dat FCD de omgevingsvergunning had moeten aanvragen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom bevestigd.