ECLI:NL:RVS:2015:3710
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens overtreding milieuzorgplicht raffinagebedrijf
Koch exploiteert een inrichting voor de raffinage van aardgascondensaat en ruwe olie te Rotterdam-Europoort. Op 10 februari 2015 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Koch een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 1.1a van de Wet milieubeheer, naar aanleiding van een emissie van lichte nafta uit een tank op het terrein van Vopak.
Koch stelde dat de activiteiten vergund waren en dat de zorgplicht zich beperkt tot hetgeen in de vergunning is geregeld. Het college betoogde dat Koch, ondanks dat zij niet onder het Besluit risico’s zware ongevallen viel, alles moest doen om zware ongevallen te voorkomen en dat artikel 1.1a als vangnetbepaling geldt.
De Raad van State oordeelde dat de reikwijdte van de zorgplicht wordt bepaald door de voor de inrichting geldende omgevingsvergunning. Omdat de overtreden activiteiten binnen de vergunning vielen, was er geen sprake van een schending van artikel 1.1a. Het college was daarom niet bevoegd de last onder dwangsom op te leggen.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en het primaire besluit herroepen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De last onder dwangsom aan Koch wordt vernietigd omdat geen overtreding van de zorgplicht is vastgesteld.