ECLI:NL:RVS:2015:3693
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning windturbine wegens strijd met verklaring van geen bedenkingen
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 23 april 2013 een omgevingsvergunning eerste fase voor het oprichten van een windturbine op een bedrijventerrein in Den Haag, in afwijking van het geldende bestemmingsplan. De vergunning werd later aangevuld met een tweede fase vergunning voor de bouw van de turbine. De vereniging Vereniging Houdt Vlietrand Groen en het college van Leidschendam-Voorburg stelden beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het college van Leidschendam-Voorburg stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college bij de eerste fase vergunning ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad had gevraagd, waardoor het besluit vernietigd moest worden. Het college heeft dit gebrek hersteld door alsnog een verklaring te verkrijgen en het besluit te wijzigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de vereniging niet-ontvankelijk voor zover het de eerste fase vergunning betrof en verklaarde het hoger beroep van het college gegrond. De vernietiging van het besluit werd uitgesproken, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand vanwege het herstel. De beroepen tegen de tweede fase vergunning werden ongegrond verklaard. De Afdeling wees tevens de proceskosten toe aan het college van Leidschendam-Voorburg.
De Afdeling behandelde ook inhoudelijke bezwaren over ruimtelijke onderbouwing, externe veiligheid, overlast door laagfrequent geluid en het welstandsadvies, maar verwierp deze. Het college mocht op grond van beleidsvrijheid en duurzaamheidsmotieven afwijken van het negatieve welstandsadvies. Het beroep werd uitgesproken op 2 december 2015.
Uitkomst: Het besluit van 23 april 2013 is vernietigd wegens strijd met de verklaring van geen bedenkingen, maar de rechtsgevolgen blijven in stand na herstel.