ECLI:NL:RVS:2015:3659
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing middelenvereiste
De vreemdeling, van Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij haar in Nederland woonachtige echtgenoot en hun minderjarige zoon te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris ten onrechte het minimumnormbedrag uit artikel 3.74 van het Vreemdelingenbesluit 2000 als harde grens hanteerde zonder concrete beoordeling van haar individuele situatie, in strijd met het arrest Chakroun van het Hof van Justitie. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank dit onjuist had beoordeeld en dat alle individuele omstandigheden, zoals de heffingskorting, betrokken moeten worden bij de beoordeling van het middelenvereiste.
Daarnaast stelde de vreemdeling dat de staatssecretaris onterecht afzag van het horen in de bezwaarprocedure, hetgeen volgens de Afdeling niet kon omdat er wel twijfel bestond over het besluit. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het middelenvereiste en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.