ECLI:NL:RVS:2015:3657
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onjuiste motivering
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 17 augustus 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde dit besluit op 10 december 2014 gegrond en vernietigde het, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank het beoordelingskader uit eerdere jurisprudentie toepaste, maar niet in overeenstemming met recente uitspraken van de Afdeling zelf. De rechtbank had niet kunnen beoordelen of bijzondere individuele omstandigheden aanwezig waren, zoals vereist volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank het besluit terecht, zij het op onjuiste gronden, had vernietigd en dat de staatssecretaris opnieuw moet beslissen met inachtneming van de juiste criteria.
Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling verviel omdat het hoger beroep van de staatssecretaris kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €490,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt kennelijk ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.