ECLI:NL:RVS:2015:3630
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van betalingsregeling bij terugvordering kinderopvangtoeslag ondanks bezwaar appellant
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een door de Belastingdienst/Toeslagen opgelegde betalingsregeling voor de terugvordering van teveel betaalde kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2013. De Belastingdienst stelde dat de terugvordering het gevolg was van opzet of grove schuld van appellant, waardoor een betalingsregeling van 24 maanden werd vastgesteld waarin de volledige schuld moest worden voldaan.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Appellant voerde aan dat de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) geen onderscheid toestaat tussen toeslagschulden met of zonder opzet of grove schuld, en dat de betalingsregeling onredelijk was.
De Afdeling overwoog dat de Awir en de Uitvoeringsregeling Awir het onderscheid tussen toeslagschulden met en zonder opzet of grove schuld wel toestaan, en dat de Belastingdienst bij het vaststellen van de regeling terecht aansluiting zoekt bij het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst/Toeslagen. Ook is rekening gehouden met de beslagvrije voet en kan dwanginvordering worden toegepast bij niet-naleving van de regeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van de Belastingdienst wordt bevestigd.