ECLI:NL:RVS:2015:363
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid handhaving afwijkend gebruik steen bij monumentenuitbouw
Het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort weigerde handhavend op te treden tegen het gebruik van een zalmkleurige steen in plaats van de in de monumentenvergunning voorgeschreven roodkleurige steen bij een uitbouw achter een woning te Zandvoort. Appellant betwistte dit en stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door niet handhavend op te treden.
De rechtbank stelde in eerdere uitspraken het college in het ongelijk en oordeelde dat het college in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel had gehandeld, omdat appellant niet op gelijke voet was betrokken bij de beoordeling van de gebruikte steen. Het college stelde daartegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten niet handhavend op te treden, omdat de welstandscommissie de door vergunninghouder gebruikte steen als passend had beoordeeld en het college daarbij terecht had aangesloten. Ook was het college niet verplicht om appellant opnieuw te betrekken bij de beoordeling. Het incidenteel hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van het college gegrond, en de eerdere uitspraken van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college om niet handhavend op te treden wordt bevestigd.