ECLI:NL:RVS:2015:3614
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent gedrag voor taxichauffeur met eerdere zedendelicten
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van de staatssecretaris om een verklaring omtrent het gedrag (VOG) af te geven voor het verkrijgen van een chauffeurspas. De staatssecretaris wees de aanvraag af vanwege eerdere veroordelingen van appellant voor zedendelicten in 1990 en 1993.
De Raad van State overwoog dat de weigering gebaseerd is op artikel 35 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en de Beleidsregels VOG-NP-RP 2013, waarin het objectieve criterium bepaalt dat bij herhaling van strafbare feiten die een risico vormen voor de samenleving, de VOG geweigerd wordt. Voor functies met een gezags- of afhankelijkheidsrelatie, zoals taxichauffeurs, geldt een aangescherpt toetsingskader.
Appellant voerde aan dat hij geen daadwerkelijke gezags- of afhankelijkheidsrelaties heeft met klanten en dat de weigering evident disproportioneel is gezien het tijdsverloop en zijn werkervaring. De Raad van State bevestigde echter dat een afhankelijkheidsrelatie tussen taxichauffeur en passagier wordt aangenomen en dat de staatssecretaris alle relevante omstandigheden, waaronder de ernst van de feiten en kwetsbaarheid van slachtoffers, heeft meegewogen. De eerdere afgifte van een VOG in 2005 en het feit dat appellant sindsdien geen nieuwe incidenten heeft gehad, rechtvaardigen geen andere uitkomst. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de VOG bevestigd.