ECLI:NL:RVS:2015:3556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake doorzendplicht Wob-verzoek verkeersboetedocumenten
De minister van Veiligheid en Justitie wees een verzoek om openbaarmaking van documenten over een verkeersboete gedeeltelijk af. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het bezwaar gegrond en legde een doorzendplicht op aan de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de doorzendplicht niet gold omdat de gemachtigde van de wederpartij al sinds 2012 wist dat de CVOM alleen het zaakoverzicht beheerde en dat overige documenten bij de opsporingsinstantie berustten. Ondanks deze kennis bleef de gemachtigde verzoeken richten aan de CVOM.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de doorzendplicht van artikel 4 Wob Pro niet geldt indien de verzoeker bewust het verkeerde bestuursorgaan benadert terwijl hij weet waar de documenten berusten. De rechtbank had dit niet onderkend en haar uitspraak werd vernietigd. Het beroep van de wederpartij bij de rechtbank werd vervolgens ongegrond verklaard.
De Afdeling stelde vast dat het horen van de wederpartij bij bezwaar niet verplicht was omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.