ECLI:NL:RVS:2015:3520
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde appellant een boete van € 6.000,00 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze boete. De rechtbank matigde de boete tot € 3.000,00, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid verrichtte voor appellant, ondanks diens betwisting en argumenten over de bewijsvoering en de aard van de werkzaamheden. De rechtbank had de boete gematigd vanwege marginale arbeid, maar de Afdeling vond dat de matiging terecht was, doch de hoogte van de boete moest worden aangepast aan het boetenormbedrag uit de Beleidsregels boeteoplegging Wav 2012.
De Afdeling matigde de boete met 50% van het normbedrag van € 4.000,00 en stelde de boete vast op € 2.000,00. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak van de rechtbank werd op dit punt vernietigd en vervangen door deze beslissing.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen is vastgesteld op € 2.000,00.