ECLI:NL:RVS:2015:3478
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en beoordeling hoger beroep tegen opheffing bewaring
Bij besluit van 1 juli 2015 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag heeft bij mondelinge uitspraak van 21 juli 2015 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, tevens een schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep gegrond. De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep van de staatssecretaris ongegrond heeft verklaard en dat er wel degelijk een geobjectiveerd redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond.
De Afdeling beoordeelt het beroep tegen het besluit van 1 juli 2015 opnieuw en oordeelt dat de gronden voor de bewaring, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen, het onttrekken aan toezicht en het ontbreken van voldoende middelen van bestaan, de maatregel rechtvaardigen. Daarnaast is de motivering van de bewaring voldoende, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard en de bewaring blijft gehandhaafd.