ECLI:NL:RVS:2015:3473
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vreemdelingenbewaring na geweigerde toegang tot Afghanistan
De vreemdeling werd op 16 september 2015 in vreemdelingenbewaring gesteld nadat hij na een uitzettingsvlucht naar Afghanistan de toegang tot dat land werd geweigerd en terugkeerde naar Nederland. De rechtbank had de bewaring onrechtmatig verklaard omdat volgens haar het terugkeerbesluit van 8 september 2015 was komen te vervallen en een nieuw besluit had moeten worden genomen.
De staatssecretaris stelde echter dat de vreemdeling niet aan zijn terugkeerverplichting had voldaan omdat hij niet daadwerkelijk was toegelaten tot Afghanistan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het terugkeerbesluit niet was komen te vervallen omdat terugkeer slechts kan worden aangenomen indien de vreemdeling daadwerkelijk wordt toegelaten tot het land van bestemming.
Verder oordeelde de Afdeling dat er geen sprake was van ontbrekend zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de nationaliteit van de vreemdeling was bevestigd en hij bij een volgende uitzetting waarschijnlijk wel zal worden toegelaten. Ook de psychische klachten van de vreemdeling en het onderzoek naar detentiegeschiktheid gaven geen reden om af te zien van bewaring.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring is rechtmatig.