ECLI:NL:RVS:2015:3472
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over uitzettingsbeperking wegens medische behandeling vreemdeling
De staatssecretaris had besloten dat de uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft voor de duur van zijn opname tot maximaal een half jaar. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris en later door de rechtbank werd afgewezen. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het Bureau Medische Advisering (BMA) nader advies had moeten geven over de veiligheid en effectiviteit van de medische behandeling in Armenië, zoals gesteld door de behandelaar van de vreemdeling. De behandelaar had gemotiveerd dat de vreemdeling de behandeling in Armenië als onveilig ervaart vanwege een direct verband tussen zijn psychopathologie en traumatisering, veroorzaakt door politieke omstandigheden, waardoor een succesvolle behandeling aldaar niet mogelijk zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris het BMA ten onrechte niet om nader advies had gevraagd naar aanleiding van de brief van 19 maart 2014. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard. Het besluit van de staatssecretaris werd vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot niet-uitzetting is vernietigd wegens onvoldoende medisch advies, en het beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.